Rondom de Kerk

Thomas a Kempis – interview met Henri Lenferink

De Moderne Devotie als burgerinitiatief  

Ze durfden hun nek uit te steken in een tijd  met een vastgeroest gezagssysteem. En ze lieten hun hart spreken. Twee redenen waarom Henri  Lenferink, naast burgemeester van Leiden ook historicus, de Moderne Devotie en haar spreekbuis Thomas a Kempis  een warm hart toedraagt. Veel van de bloeiende ‘Devotiestad’  van de 14e en 15e eeuw ziet hij nog steeds terug in hedendaags Leiden. “Het is in de stenen blijven hangen.”

“Een stad meteen sociaal DNA? Ja, zo zou je Leiden zeker kunnen noemen. Dat sociaal DNA is voor mij een vast gegeven in de Leidse geschiedenis. Je ziet het al heel duidelijk tijdens de explosieve toename van kloosters inde 14e en 15e eeuw onder invloed van de Moderne Devotie. Wat mij steeds opvalt is dat veel van die kloosters in het noorden van de stad lagen, tussen de Rijn en de huidige Oude Vest. Dat kan natuurlijk te maken hebben met de toenmalige pastoor van de Vrouwenkerk aan de Haarlemmerstraat, die een groot voorstander was van deze beweging. Maar het kan er ook mee te maken hebben dat dit een armer gedeelte van de stad was.  Dat maakte van een kant de grondprijzen lager, maar het was ook het gedeelte van de stad waar sociale betrokkenheid door bijvoorbeeld ziekenverzorging en bedeling het hardst nodig was.”

Sociaal DNA nooit uit Leiden verdwenen

Dat sociale DNA is voor Lenferink nooit meer verdwenen uit de stad. “Een voorbeeld: het Weeshuis heeft in de loop der eeuwen altijd opengestaan voor iedereen, en niet alleen voor kinderen van burgers. Daar wordt wel tegen ingebracht  dat die kinderen werden opgeleid tot goedkope arbeidskrachten. Maar dat was zeker niet het enige argument om hen op te vangen. En je ziet dat DNA van Leiden nog steeds. Denk bijvoorbeeld maar aan een traditioneel breed gedragen en vergeleken met veel andere gemeenten ruimhartig minimabeleid, waar ik ook van harte achter sta.”

Geert Groote, actievoerder

Wat de Devoten deden was zeker niet zonder risico. Ze leefden in een tijd waarin de Kerk in een crisis verkeerde, en de steden brandpunten waren van nieuwe ideeën. Deventer, in die tijd verder ontwikkeld dan de meest steden in het graafschap Holland, was de plaats waar de Devoten met hun leider Geert Groote voorop voor het eerst straat opgingen. “Ze voelen aan als een hervormingsbeweging die de Rooms-katholieke Kerk wilde zuiveren van misstanden, ver vóór de Reformatie. Er hing een heel positieve sfeer. Je ziet aan iemand als Geert Groote dat hij heel radicale idealen had . Noem hem een rustig een actievoerder. Thomas a Kempis  oogt wat pragmatischer: hij heeft als spreekbuis van Geert Groote in zijn boek ‘Over de Navolging van Christus’ die ideeën niet alleen opgeschreven maar ook ‘kirchenfähig’ gemaakt, aanvaardbaar voor de kerk, en ook voor de sociale elite. Ik zie hun werk als een burgerinitiatief, misschien wel een van de eerste in Nederland. Ik vind het altijd mooi als mensen zich verzetten tegen vadsigheid en decadentie, en de puurheid voorop stellen. De Devoten hebben op dat gebied een enorme inspanning verricht.”

Verder leren van onderzoek handschriften

Ook voor hij naar Leiden kwam hield Lenferink zich bij de Overijsselse IJsselacademie, naast andere dingen, al bezig met de Moderne Devotie. “Toen ben ik bezig geweest met de discussie waar de kern van het klooster Windesheim nu eigenlijk gestaan heeft. De theorie die ik toen heb ontwikkeld is later beschreven door Frits David Zeiler. Bewijzen zijn er nog niet, daarvoor is archeologisch onderzoek nodig en dat kan niet, het gebied is bebouwd.” Hij volgt Leids onderzoek op dit gebied naar dan ook met interesse. En dat er nog veel valt te doen  is voor hem duidelijk. “Wat we  bijvoorbeeld weten is dat ze in veel kloosters handschriften kopieerden om de kost te verdienen, de boekdrukkunst was nog niet uitgevonden. Onze stadgenoot Jeremy Bangs heeft voordat hij het Pilgrim Fathers Centrum opende veel onderzoek gedaan naar Leidse handschriften en van een aantal aangetoond dat ze uit de kloosters van de Moderne Devotie komen. Maar van verder onderzoek aan die handschriften kunnen we nog heel veel leren.”

Jury Smit

Geplaatst in: Thomas a Kempis
vrijdag, 30 juni 2017 30-6-2017