Rondom de Kerk

Evangelielezing komende zondag

Evangelielezing uit Lc.15,1-32 (15 september 2019)

In die tijd kwamen tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus om naar Hem te luisteren.

De Farizeeën en de schriftgeleerden morden daarover en zeiden: “Die man ontvangt zondaars en eet met hen.”.

Hij hield hun deze gelijkenis voor: ‘Wanneer iemand onder u honderd schapen heeft en er één van verliest, laat hij dan niet de negenennegentig in de wildernis achter om op zoek te gaan naar het verlorene, totdat hij het vindt?

En als hij het vindt legt hij het vol vreugde op zijn schouders en hij gaat naar huis, roept zijn vrienden en buren bij elkaar en zegt hun: Deelt in mijn vreugde, want mijn schaap dat verloren was geraakt heb ik gevonden. Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die zich bekeert, dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben.

Of welke vrouw die tien zilverstukken bezit en er één verliest, steekt niet een lamp aan, veegt niet het huis en zoekt niet zorgvuldig, totdat ze het vindt? En als ze het gevonden heeft roept ze haar vriendinnen en buurvrouwen bij elkaar en zegt: Deelt in mijn vreugde, want het zilverstuk dat ik had verloren, heb ik gevonden. Zo zeg Ik u, is er vreugde bij de engelen van God over één zondaar die zich bekeert.”

Hij sprak: “Een man had twee zonen. Nu zei de jongste van hen tot zijn vader: Vader geef mij het deel van het bezit waarop ik recht heb. En hij verdeelde zijn vermogen onder hen. Niet lang daarna pakte de jongste alles bij elkaar en vertrok naar een ver land. Daar verkwistte hij zijn bezit in een losbandig leven.

Toen hij alles opgemaakt had kwam er een verschrikkelijke hongersnood over dat land en hij begon gebrek te lijden. Nu ging hij in dienst bij een der inwoners van dat land, die hem het veld instuurde om varkens te hoeden. En al had hij graag zijn buik willen vullen met de schillen die de varkens aten, niemand gaf ze hem. Toen kwam hij tot nadenken en zei: Hoeveel dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik verga hier van honger. Ik ga weer naar mijn vader en ik zal hem zeggen: Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten maar neem mij aan als een van uw dagloners.

Hij ging dus op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem al in de verte aankomen en hij werd door medelijden bewogen; hij snelde op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem hartelijk.

Maar de zoon zei tot hem: Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u; ik ben niet meer waard uw zoon te heten. Doch de vader gelastte zijn knechten: Haalt vlug het mooiste kleed en trekt het hem aan, steekt hem een ring aan zijn vinger en trekt hem sandalen aan. Haalt het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij, was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden. Ze begonnen dus feest te vieren.

Intussen was zijn oudste zoon op het land. Toen hij echter terugkeerde en het huis naderde hoorde hij muziek en dans. Hij riep een van de knechten en vroeg wat dat te betekenen had.

Deze antwoordde: Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen. Maar hij werd kwaad en wilde niet naar binnen. Toen zijn vader naar buiten kwam en bij hem aandrong gaf hij zijn vader ten antwoord: Al zoveel jaren dien ik u en nooit heb ik uw geboden overtreden, toch hebt gij mij nooit een bokje gegeven om eens met mijn vrienden feest te vieren. En nu die zoon van u is teruggekomen die uw vermogen heeft verbrast met slechte vrouwen, hebt ge voor hem het gemeste kalf laten slachten.

Toen antwoordde de vader: Jongen, jij bent altijd bij me en alles van mij is ook van jou.

Maar er moet feest en vrolijkheid zijn, omdat die broer van je dood was en levend is geworden.” ‘

Korte overweging

Jezus ontvangt tollenaars en zondaars en eet met hen. Hij viert namens zijn hemelse Vader verzoeningsmaaltijden met hen. De Farizeeën en schriftgeleerden morren daarover. Om zijn gedrag uit te leggen vertelt Jezus de parabels van het verloren schaap, zilverstuk en zoon. In de laatste kunnen de morrende Farizeeën zich voegen in de oudste zoon. Alles gaat over Gods barmhartigheid, die soms moeilijk voor te stellen is of te aanvaarden is bij een hoog rechtvaardigheidsgevoel.

In de jongste zoon kunnen we ons allen herkennen in zoverre we onze eigen weg zijn gegaan buiten God om. We krijgen de vrijheid, maar weten er geen raad mee. Dan kunnen we tot inkeer komen, of beter gezegd, tot ons zelf komen en beseffen dat we het met en bij God beter hebben. Dat doet de jongste zoon ook, al ziet hij zijn vader meer als een rechtvaardige werkgever. Hij is zijn zelfzucht nog niet kwijt want hij denkt alleen maar aan eten in overvloed, wat er in het hart van de vader is omgegaan komt niet bij hem op. Verplaatsen wij ons wel eens in God?

De jongste zoon beseft dat hij tegen de hemel heeft gezondigd, want God is dichter bij ons dan we bij onszelf zijn. Hij is onze Schepper met een bepaald doel voor ogen met ieder van ons. Iets is dus niet zonde wanneer mensen het verkeerd vinden. Soms vinden mensen het goede verkeerd en het verkeerde goed.

De jongste zoon wordt hersteld in waardigheid. Maar de oudste zoon kan zich niet overgeven aan de barmhartigheid van zijn vader en negeert zijn broer door hem “die zoon van u” te noemen. Maar de vader (God) staat erboven in zijn liefde en noemt hem “jongen’ en nodigt hem uit voor het feest.

Gaat hij naar binnen, gaat u naar binnen?

Bas van Pampus (als u wilt reageren: pwbasleiden@gmail.com)

Geplaatst in: Nieuws
dinsdag, 10 september 2019 10-9-2019
Bekijk ook onze andere adverteerders.